Een grote olifanten familie steekt de weg over.
Even wachten voor het wrattenzwijn.
Dit beeld zie je in heel Zuid-Afrika. Bavianen op de weg.
Niet Swaziland zelf, maar de weg van Komatipoort naar de grens van Swaziland geeft ons iets meer het gevoel in Afrika te zijn als de afgelopen dagen. We rijden door hele drukke plaatsjes en overal langs de weg loopt het vee los en zien we heel veel stalletjes en schamele huisjes.
De grensovergang van Zuid-afrika naar Swaziland is lachen. Een overgeorganiseerde chaos. Gelukkig is het vandaag heel rustig op de weg, dus ook aan de grens.
Eerst haal je aan de Zuid-afrikaanse kant een vertrekvergunning waarmee je naar het 1e loket aan de Swaziland kant gaat. Tegen inlevering hiervan en controle van je paspoort krijg je een ander papier waarmee je naar een 2e loket gaat waar ze een stempel zetten dat je het land in mag. Hier ontvang je een nota waarmee je naar een 3e loket gaat waar je na betaling van een klein bedrag een inreisvergunning voor jou en je auto krijgt. Uiteindelijk kun je hiermee naar de grenspost rijden waar een deel van de vergunning ingenomen wordt en iemand de slagboom voor je opent. Bij grote drukte kan ik me voorstellen dat je een uur of meer kwijt bent aan deze grens.
Zo ziet de wagen er uit na een dagje Krugerpark.
Vanaf de grens is het nog iets meer dan 50 km naar onze bestemming, maar wij doen er ruim 1,5 uur over. Er wordt onderweg te vaak gestopt voor vogels op paaltjes en op telefoondraden zodat we echt niet opschieten. Maar ja, waarom zouden we ook?
Om half 4 zijn we dan eindelijk in Ndlovu Camp, de enige lodge in Hlane Royal National Park. We slapen twee nachtjes in een hut, genaamd 'Liphiva', wat de Zulu naam is voor een antilopesoort welke hier veel voor komt.
Het kamp is omheind en je kunt er veilig rondlopen. Alleen antilopes zie je tussen de hutten lopen.
Ons huisje in Hlane Nationaal Park in Swaziland.
Heel veel luxe midden in een wildpark.
Als het donker is komt er iemand naar onze hut om olielampjes aan te steken zowel bij de deur als binnen in de hut. Maar ook het pad naar het restaurant wordt verlicht met enkele lampen. Toch durven we het niet aan zonder zaklamp naar het restaurant te lopen waar we echt lekker eten. Als we vragen wat we nu eigenlijk op het bord hebben wordt duidelijk dat we kudu, een antilopesoort zitten te eten.
Een traditionele Zuludans.
Na het eten lopen we terug naar onze hut en stappen beiden heerlijk onder de douche. Natuurlijk bij het licht van een olielamp. Hoe romantisch kan het zijn.
Even daarna horen we het geluid van troms en zingen en als we, zo nieuwsgierig als we zijn, gaan kijken blijkt een groot deel van de staf zich omgekleed te hebben om voor de gasten een traditionele Zuludans uit te voeren. Heel leuk, al lijken voor ons als buitenstaanders de dansen allemaal wel heel erg veel op elkaar.
Niet zo heel verrassend liggen we weer vroeg op bed.