• reisdag
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21
  • 22
  • 23
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • 28
  • Home
  • Reisroute
  • Dierenwereld
  • Vogels
  • Contact









Dag 25, van Hermanus, naar Kaapstad via Kaap de Goede Hoop.

Vandaag is de laatste dag van onze trip dat we de beschikking hebben over de auto. We doen rustig aan en rijden pas rond half 10 weg bij The Potting Shed Guest House, een leuke plek om te verblijven als je in Hermanus bent. We volgen de R44, de Whale Route naar Kaapstad en nadat we bij Betty's Bay nog een half uurtje doorbrengen bij de pinguins rijden we door naar het Kaap schiereiland. Halverwege de Kaap stoppen we bij Boulders Beach waar zich eveneens een kolonie pinguins bevindt. Vergeleken met Betty's Bay valt dit erg tegen hoewel deze plek in elke reisgids genoemd wordt.


Voordat je de eigenlijke Kaap bereikt rij je het Nationaal Park in, onderdeel van Table Mountain National Park, en zoals in alle parken moet je je ook hier registreren en een kleine entree betalen. Vanaf de poort is het wel heel mooi rijden naar Cape Point, het meest zuid-oostelijk gelegen punt van Afrika. Als je, eindelijk bij Cape Point aangekomen, naar het uiterste puntje hiervan wilt, moet je nog een aardige klim volbrengen en daar gunnen we onszelf de tijd niet voor. Na een fotomomentje gaan we daarom maar terug en rijden richting Kaap de Goede Hoop.


Is de weg er naar toe al mooi, Kaap de Goede Hoop zelf is ook de moeite waard. En niet alleen maar maar voor het idee dat je er geweest bent, het is gewoon een hele mooie plek. Maar het is wel een toeristische trekpleister en voor een leuke foto zonder veel andere poserende toeristen moet je dus even geduld hebben. We maken een paar foto's en lopen even over de rotsen waarna we weer terug rijden want we hebben nog een eind te gaan. De weg naar de poort echter lijkt weer veel op een game drive, dus we schieten niet echt op. Als we dan uiteindelijk het park uit zijn besluiten we via de kortste weg naar ons hotel in Kaapstad te rijden, de bagage uit te laden en dan naar het vliegveld te rijden om de auto in te leveren bij het verhuurbedrijf.

Maar het pakt allemaal anders uit. Al met al blijkt het toch nog verder te zijn als wij denken en om voor donker de auto kwijt te zijn besluiten we om rechtstreeks naar het vliegveld te rijden en daar vandaan met een taxi naar het hotel te gaan.
Nog voor we Kaapstad bereiken begint het benzinelampje te knipperen. Niet leuk als je geen pomp meer tegenkomt en je ook niet weet of het nog 10, nog 30 of nog 50 km naar het vliegveld is. Eenmaal in de stad belanden we ook nog in de file en staan we meer stil als dat we rijden en we beginnen ons nu toch wel een beetje zorgen te maken om de benzine.


Hoewel nog niet helemaal op de bestemming, zijn we toch heel opgelucht als we de afrit 'luchthaven' kunnen nemen en niet veel later de auto bij het verhuurbedrijf neer kunnen zetten. De wagen ziet er uit als een beest, maar voor de verhuurder is dat schijnbaar een teken dat we er plezier van hebben gehad. Als met al hebben we met deze auto toch ruim 1900 km afgelegd.
Het hotel stelt voor, na een telefoontje van ons, om een bevriendde taxi sturen, maar het duurt wel even voordat we elkaar op het vliegveld gevonden hebben. Tijdens de rit, het is inmiddels helemaal donker geworden, komen we er achter dat we waarschijnlijk een groot probleem zouden hebben gehad om het hotel te vinden. Wat een stad.

Rond half acht zijn we eindelijk in ons hotel, het Sweet Orange Guest House. De manager is een beetje laks en pas rond 9 uur kunnen we wat gaan eten in een restaurant om de hoek.
Het 'hotel' zelf is oud, heel gehorig en alle deuren en vloeren piepen en kraken. De inrichting van de kamers past wel bij de leeftijd van het gebouw maar de bedden in de hele ruime kamer blijken aan het eind van de avond wel heel comfortabel te zijn. We zitten hier wel goed de komende dagen.







copyright: 2016 - zuidafrika.gradstaat.nl